Bloggers, Marianne Bauwens

De realiteit komt soms even hard binnen

Soms komt de realiteit even hard binnen.

We zitten samen op de rand van zijn bed. Ik kijk naar het donkerblonde koppie naast me. Wat gaat daar allemaal in om? Mijn hart voelt zwaar, omdat hij moet nadenken over dingen waar je als zesjarige helemaal niet over na zou moéten denken.

Hij kijkt me aan, met vragende ogen. Hij weet het niet. En ik snap het. De vraag die ik hem heb gesteld is ook een onmogelijke vraag. Vooral als je als overlevingsstrategie hebt aangeleerd om je kop in het zand te steken. En dan kom ik met een vraag waarmee die kop heel bruut dat zand uit getrokken wordt…..

Hij heeft vanmiddag een verjaardagsfeestje van een vriendje. Hij heeft er zin in. Ze gaan iets leuks doen, want ze gaan naar het militair museum. Pas de avond voor het feestje denk ik ineens: hmmm, een museum? Hoe groot is dat museum eigenlijk? Hoe ver zal hij dan moeten lopen? Ik besef dat het een luxe is dat ik er zo laat pas aan denk, want dat betekent dat het goed met hem gaat. Maar het is wel even iets om over na te denken. Via de what’s app heb ik contact met de moeder van zijn vriendje. Ik ben altijd een beetje huiverig als ik mensen hierover moet benaderen. Want zijn mensen niet ineens bang dat er zomaar iets met hem kan gebeuren? Want dat is namelijk niet zo, we moeten alleen soms voorzorgsmaatregelen nemen. Haar vertrouw ik dat wel toe, ze werkt in een ziekenhuis en laat zich niet gek maken. We besluiten dat de beslissing aan hem is.

En nu zitten we op zijn bedrand. Met DE vraag tussen ons in. “Wil je de buggy meenemen naar het feestje?” Wat een vraag aan een zesjarige. Maar wel de realiteit. Onze realiteit. We hebben een grote buggy van de gemeente in bruikleen voor als we lange afstanden moeten afleggen in bijvoorbeeld een pretpark. Hij kan de afstanden best lopen als hij fit is, maar hij moet zijn energie kunnen verdelen. Dus soms even rust nemen. Anders is hij ’s avonds echt te moe om te eten of is hij ’s nachts zo uitgeput dat hij er ziek van kan zijn. Ik herinner me een nacht na een hele dag springen op een springkussen….

Hij weet eigenlijk niet of hij de buggy mee wil nemen. Eerst zegt hij “nee”. Daarna zegt hij “Ja, ik wil hem toch wel meenemen.” Ok, dat is duidelijk. Voorzichtig breng ik nog wel iets ter sprake. Want voor hem is het relatief normaal dat hij nog in een buggy gaat zitten met zijn zes jaar. Maar we hebben in de winkel wel eens opmerkingen gehad. Achter onze rug, dat wel. Hij zal ze niet gehoord hebben. Ik hoorde ze wel. En ik zag de blikken. Of kinderen die open en eerlijk zeiden: hé, die grote jongen zit in een buggy. Dat was eigenlijk de reden dat ik liever een rolstoel voor hem had gehad, want dan zien mensen meteen dat je er niet voor niks in zit. En misschien was dat ook precies de reden dat hij voor een buggy koos in plaats van voor een rolstoel.

“Liefje, niet iedereen is er aan gewend dat jongens van 6 nog in een buggy zitten. Meestal zitten kinderen tot een jaar of 3 nog in een buggy, maar grotere kinderen in een buggy, daar zijn mensen vaak niet aan gewend. Je vriendjes ook niet. Dus wat gaan we tegen ze zeggen zodat ze het begrijpen?”

Hij kijkt me aan en ik zie zijn gevecht. Dit wil hij helemaal niet. Hij wil er niet over praten. Hij wil niet tegen anderen iets hoeven zeggen. “Jij moet het zeggen,” zegt hij. “Dat is goed,” zeg ik. “We zeggen het samen, ok?”

We gaan te voet naar zijn vriendje. Hij wil al in de buggy. Zijn twee jongere broertjes lopen ernaast. De reactie waar ik bang voor was, komt meteen: “Haha, hij is een baby, hij zit in een buggy” Hij kruipt meteen in zijn schulp. Maar dan blijkt ook hoe flexibel kinderen zijn. En hoe opmerkingen vervelend kunnen binnenkomen, maar niet bedoeld zijn om lelijk te doen maar vaak voortkomen uit onbegrip. Want zodra we binnen zijn, vraag ik de aandacht van 5 stuiterballetjes van 6 en 7 jaar. Ik herinner ze aan de schoolreis van vorig jaar. “Weten jullie nog dat hij toen ook wel eens in een wagentje zat?” Ja dat weten ze nog. Ik leg kort uit dat hij een ander hart heeft en daardoor sneller moe is. En dat hij een buggy heeft voor als hij ver moet lopen. Want dan kan hij even uitrusten. Ze luisteren vol aandacht en ze begrijpen het.

Als ze ’s avonds thuiskomen, zie ik een lachend kind voor me staan. Hij heeft het heel erg naar zijn zin gehad. Heeft hij nog in de buggy gezeten, vraag ik. Ja, daar heeft hij wel even in gezeten, zo tegen het eind van het feestje. Maar hij heeft ook gewoon stukken zelf gelopen. En er is niemand meer geweest die een opmerking heeft gemaakt.

Mijn hart bloedt voor de dilemma’s waar hij mee te maken heeft. De zaken waar hij als kind al over moet nadenken. De dingen waar hij bang voor is. Maar het is de realiteit. Onze realiteit. En natuurlijk mogen we daar verdrietig over zijn. Maar laten we ondertussen ook onze zegeningen tellen. Want: hij kan er nog voor kiezen om de buggy wel of niet mee te nemen, waar anderen dagelijks aan een rolstoel gekluisterd zijn. En ik denk pas de avond voor het uitje aan de buggy, wat betekent dat ik er gewoon ook eerder niet hoefde te denken. Het is niet constant op de voorgrond aanwezig. En dat is gelukkig óók onze realiteit.

 

Warme groet,

Marianne Bauwens

(kinder)coach Prikkelpracht | Nieuwegein
http://www.prikkelpracht.nl

Tagged , , , , , ,

About Marielle

Ik werk nu alweer 2.5 jaar bij Relaxed Opvoeden. Een super leuk en jong bedrijf die volledig in de groei zit naar zoveel meer en met fantastische leuke mensen samenwerkt. Ik werk voornamelijk op kantoor, werk de mailboxen bij, mail mensen aan , schrijf blogs, regel interviews en werk online op de website en Facebookpagina.
View all posts by Marielle →

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *