Bloggers, Jacqueline Schepers

Hoogbegaafd, en nu in kindertaal

Hoogbegaafd in kindertaal

Als volwassene had ik al een vertekend beeld van wat hoogbegaafdheid nu precies is, totdat het me eens werd uitgelegd. Het woord suggereert iets speciaals, vooral als je het Engelse woord ‘Gifted’ hoort. Het klinkt dan als een cadeautje wat niet voor iedereen is weggelegd. Het is ook speciaal, het beslaat immers maar een klein percentage van de bevolking: 2,3% heeft een IQ van 130 of hoger. Ga je kijken naar de uitzonderlijk begaafden met een IQ van 145+ dan heb je het over 0,1% van de bevolking. Uitgelegd in aantal mensen dan heb je het over 2 a 3 van de 100 of 1 op de ongeveer 1000 in het geval van de uitzonderlijk begaafden. Op een gemiddelde basisschool zitten ongeveer 500 kinderen. Heb jij als kind een IQ van 145+ dan kun je wel spreken van speciaal, maar of de begaafde het zelf als een cadeautje ziet is nog maar de vraag.

Je leest dat volwassen hoogbegaafden zich gedurende hun hele jeugd al anders hebben gevoeld, maar nooit hebben kunnen vaststellen waar dat nu door kwam, totdat ze uitgelegd kregen wat hoogbegaafdheid nu precies is en er een wereld voor ze open ging. Dan valt ineens alles op zijn plek. Dat geldt grotendeels voor de huidige generatie volwassen hoogbegaafden. Waarom? Omdat hoogbegaafdheid iets is wat eigenlijk pas sinds eind vorige eeuw aandacht begon te krijgen en nu pas op school begint te leven. Scholen verdiepen zich door passend onderwijs steeds meer, waardoor steeds meer leerkrachten in staat zijn om hoogbegaafdheid te signaleren. Neemt niet weg dat er nog steeds te veel kinderen met hoogbegaafdheid niet worden gesignaleerd, maar het begin is er. Door deze groeiende signalering krijgen ook steeds meer ouders een spiegel voorgehouden, immers hoogbegaafdheid is erfelijk. Als een kind hoogbegaafd is, kun je er vanuit gaan dat op zijn minst een van de ouders het ook is. En dit geldt natuurlijk ook voor broertjes en/of zusjes, al uit het zich bij iedereen anders. Deze ouders gaan zich verdiepen, al dan niet met behulp van internet en begrijpen ineens veel beter waarom hun leven tot dan toe is verlopen zoals het is verlopen. Van deze ouders en ook grootouders kunnen we er vanuit gaan dat ze begrijpen wat ze aan informatie tegenkomen en uiteindelijk kunnen bevatten wat hoogbegaafdheid nu precies is, als je het ze uitlegt, al dan niet met visuele ondersteuning. Maar hoe gaan we het deze jonge kinderen nu uitleggen? Het ene kind is het andere niet.

Ik heb de afgelopen jaren op meerdere manieren de kinderen proberen uit te leggen waarom ze zich voelen, zoals ze zich voelen, maar hoogbegaafdheid is op die leeftijd kennelijk toch nog iets abstracts: ze kijken me aan en ik zie ze denken ‘Het zal wel’. Nu wil het dat Phileine al sinds het begin van het schooljaar klaagt over buikpijn. Buikpijn die ik niet kan plaatsen, anders dan als psycho-somatisch (lichamelijke klachten die door slecht sociaal-emotioneel welbevinden zijn ontstaan). Het uit zich vooral ’s ochtends als ze naar school moet, want als ik er ’s middags naar vraag, is het over het algemeen weg. Ik heb de docent ingelicht, de IB’er en de HB-specialist van school. Ze houden haar allemaal in de gaten, maar hadden wel al opgemerkt dat ze vooral ’s morgens niet altijd even gelukkig is. Hoe het nu ook al weer ter sprake kwam, is me ontgaan, maar afgelopen week begonnen de kinderen ineens aan tafel ’s avonds over hoogbegaafdheid. Het woord werd vaak genoemd, ook vanwege mijn vrijwilligerswerk en beroepsmatige specialisatie, maar ik vermoed dit keer vanwege het lopende onderzoek van Hero. Ze wilde nu eindelijk eens weten wat dat nu is, hoogbegaafd. Ik herinnerde me dat ik ooit het boek ‘Hoogbegaafd, nou en?’ had gekocht van Wendy Lammers van Toorenburg. Ik heb in de loop der jaren meerdere boeken gekocht om bij de kinderen het onderwerp aan te kaarten, maar geen enkel boek had tot dan toe echt hun interesse weten te houden. Dit boek had ik nog niet eerder ingezet, dus besloot ik na het eten er eens met ze ervoor te gaan zitten. Het oogt als een dikke pil, maar de woorden zijn groot gedrukt en het bouwt met duidelijke illustraties langzaam op. Tegen de tijd dat ik halverwege was, was het bedtijd en besloten we het even te laten. Maar de belangrijkste informatie om mee te beginnen, de persoonskenmerken, die hadden we gehad. Toen de kinderen boven waren, kwam mijn man naar me toe en zei ‘Phileine was echt aan het luisteren, het greep haar echt aan.’ Ik besloot nog even naar boven te gaan en het met haar nog eens te reflecteren. Ze praat niet veel, onze Phi, maar ze denkt ontzettend veel. Beter dat hoofd een beetje leeg proberen te krijgen voordat ze zou gaan slapen. Ze gaf aan veel te herkennen en we bespraken dat dit de reden was dat ze anderhalf jaar geleden van school was veranderd. Ze werd veel gepest, omdat niemand haar begreep en ze op school niet werd uitgedaagd. Op de nieuwe school, waar in tegenstelling tot de gebruikelijk statistieken niet 2,3% hoogbegaafd is, maar 10%, omdat ze zich ermee profileren, heeft Phileine eindelijk vriendinnen. Ook in haar klas zijn er ontwikkelingsgelijken, waarbij ze met een echt aansluiting heeft gevonden. Waar komt dan die buikpijn vandaan?

De volgende dag lazen we samen verder in het boek en werd al beetje bij beetje duidelijk wat de mogelijk oorzaak zou kunnen zijn. Het boek heeft van die leuke vragenlijsten, of enquêtes, waarbij je kan aanvinken waar je je in herkent. Om het boek niet gelijk af te schrijven, is er speciaal ook een bijpassend werkboekje bij gemaakt, waar je kind zijn of haar eigen verhaal in kwijt kan. Het kan de enquêtes dan makkelijker invullen. Bij haar kwam onder andere eruit dat ze zich teveel aanpast in de klas. Nu is aanpassen aan de groep an sich niet slecht, als het incidenteel is. Het kind hoeft natuurlijk niet altijd zijn of haar zin te krijgen, maar als je je aanpast op vrijwel alle vlakken, dan kun je je eigenheid kwijtraken en durf je jezelf niet meer te zijn omwille van de mening van anderen. Iets waar ik zelf ook veel ervaring mee heb. Welke introvert wil er nu opvallen? Phileine had de neiging op haar vorige school haar mening te uiten bij haar ‘vrienden’ en dat resulteerde in pesten. Ze zag de nieuwe school dus als een nieuwe kans, die ze op het gebied van vriendschap wel benut. Ze heeft geleerd conflicten uit te praten en dat heeft haar vriendschappen geen windeieren gelegd. Waar past ze zich dan nog in aan? Als je het lijstje uit het boek nagaat: aanpassen aan het tempo van de lessen, aanpassen aan wat de juf of meester van je wil zien, aanpassen om niet lastig te zijn, aanpassen om niet op te vallen, aanpassen om niet gepest te worden, aanpassen om begrepen te worden, aanpassen om niemand boos te maken…. Dan komt het bij woord ‘aanpassen’ een wat duidelijker beeld naar voren. Gooi daar perfectionisme en faalangst bij dan begrijp ik best dat onze dochter het niet meer zo leuk vindt op school. Bij navragen blijkt dat ze het levelwerk te makkelijk vindt en saai. Tja, levelwerk is leuk, maar niet echt uitdagend als verrijkingsmateriaal, vooral niet bij een kind met een IQ van 145+. Ze besteed dan ook veel tijd in de les aan lezen, omdat ze haar werk al af heeft. Voer voor het oudergesprek dus…. Laat die nu net vorige week zijn geweest en haar meester na de Kerst een nieuwe baan hebben elders. Ze krijgt in het nieuwe jaar dus een nieuwe juf of meester. Als ouder heb ik besloten het nu voor de kerst even te laten sudderen: het is nu op school druk met allerlei andere Kerstactiviteiten en de kans is groot dat alle informatie niet goed overkomt. Het staat dus op de agenda voor januari 2018.

Het boek ‘Hoogbegaafd, nou en?’ hebben we nog niet uit, maar voorlopig hebben Phileine en ik iets om mee aan de slag te gaan. Daarnaast is voor haar nu duidelijk wat hoogbegaafdheid is. Hero was er kennelijk nog niet aan toe om het te weten, want hij liep al gauw weg, of het was voor hem niet het geschikte boek, maar Phileine heeft iets om op te broeden en begrijpt zichzelf een beetje beter. Als ze er aan toe is, lezen we weer een stukje verder. Zij zal in elk geval opgroeien wetende dat hoogbegaafdheid speciaal is en bij tijden een cadeautje, mits goed begeleid en ondersteund.

 

Onder andere de volgende boeken zijn er om met je kind samen hoogbegaafdheid te onderzoeken:

Hoogbegaafd, nou en? & bijbehorend werkboek             Wendy Lammers van Toornenburg
Hoogbegaafdheid survivalgids                                         Luc Descamps en Danielle Verheyen
Ben jij een Cheetah?                                                        Marianne van Zetten
De Droomdenker                                                              Suzanne Buis
Ik en hoogbegaafdheid                                                     Nathalie van Kordelaar
Hartstikke hoogbegaafd                                                    Loes van der List
Zeno en co                                                                        Inne van den Bossche
Denken is leuk                                                                   Laura Groebbé

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *