Bloggers, Mirte&Co

Mijn eigen buitenwereld en binnenwereld

Op zeer jonge leeftijd werd ik psychisch onderzocht bij stichting jeugdzorg. Zij constateerde dat ik me afzonderde van alles en iedereen. Ik speelde met zogenaamde fantasievriendjes. Omdat de buitenwereld zo onveilig voor me was, had ik onbewust een eigen veilige wereld gecreëerd. Waar ik mee speelde, waren geen fantasievriendjes maar delen uit mijn binnenwereld.  Ik had toen al DIS ontwikkeld alleen was er in die tijd, nog bijna niets over bekend.

De eerste herinnering waardoor ik weet er meerdere persoonlijkheden zijn, vond plaats op school…

Ik zat bij de hoofdmeester aan een tafeltje te kleuren. Ik was doodmoe, had hoofdpijn en overal spierpijn.  Ik wist niet wat er was gebeurd en waarom ik daar zat.  De hoofdmeester vertelde dat de juffrouw mij op de gang had gezet.  Ik was zo boos geworden, dat Ik om me heen had geslagen, met mijn hoofd tegen de muur had gebonkt en een raampje kapot had getrapt. Omdat ik niet geloofde wat hij zei, nam hij mee om het kapotte raampje te laten zien.  Nog steeds was ik ervan overtuigd dat ik dit niet had gedaan. Wat ik toen nog niet wist, was dat niet ik, maar een deel van mijn binnenwereld dit had gedaan.  Dit was de reden waardoor ik niet wist wat er was gebeurd.

Ik had bijna geen herinneringen aan mijn kindertijd. Hele periodes was ik kwijt. Het waren zwarte gaten in mijn geheugen. Ik werd wel eens aangesproken door mensen die mij kenden van vroeger. Zo kwam er vrouw naar mij toe die spontaan vroeg, hoe het met me ging. Ik was heel verbaasd omdat ik haar niet herkende. Omdat ze mijn verbazing zag, vertelde ze dat we vroeger vriendinnetjes waren en bij elkaar in de klas hadden gezeten.  Zelfs nadat ze haar naam had genoemd, wist ik niet wie ze was.

Sinds mijn 18de ben ik afgekeurd. Er zijn nachten dat ik niet of nauwelijks slaap. Dit komt door herbelevingen en nachtmerries. Regelmatig zijn andere delen actief, terwijl ik slaap. Hier ben ik me niet van bewust. Ik zie het aan de “sporen die zijn achtergelaten”.  Wanneer ik beneden kom zie ik bijvoorbeeld dat iemand ‘s-nachts de keuken heeft gepoetst. ’s Morgens liggen er wel eens briefjes voor Ingrid op tafel. Zij weet dat ik deze niet heb geschreven omdat ik een heel ander handschrift heb dan de delen van mijn binnenwereld.

Een aantal jaar geleden was ik bang dat de kinderen schade zouden oplopen doordat ik een psychische stoornis heb. Zelf had ik nooit het goede voorbeeld gehad en wist ik niet hoe een “normaal” gezin functioneerde. Ook kon ik me vaak niet herinneren hoe een dag was verlopen.  Ik vertelde Ingrid dat ik het gevoel had, geen goede moeder en partner te zijn. Ingrid twijfelde daar absoluut niet aan.  Of het goed of slecht met me ging, ik was er altijd voor haar en de kinderen. Mette en Lotta werden altijd goed verzorgd en kregen alle liefde en aandacht die ze nodig hadden. Toch bleef ik twijfelen.

We gingen op zoek naar hulp en kwamen terecht bij een GZZ-instelling. Op hun advies deden we mee aan het KOP- (Kinderen van ouders met een psychische stoornis) project. Mette en Lotta hadden wekelijkse groepsgesprekken met leeftijdsgenoten. Ook werden ze spelenderwijs onderzocht door hulpverleners. We kregen regelmatig thuisbezoek om een beeld te vormen van ons gezin.

Na een aantal maanden kregen we de uitslag. Met Mette en Lotta ging het goed, ze waren zeker niet beschadigd. Het was heel duidelijk dat er een goede stabiele basis was gevormd en dat de kinderen opgroeiden in een liefdevol gezin. Er was geen enkele reden om me zorgen te maken. Achteraf was het misschien niet nodig om KOP in te schakelen. Toch was het goed dat we dit hadden gedaan. Na de uitslag van het onderzoek, begon ik me steeds een stukje zelfverzekerder te voelen.

Toen Mette en Lotta op de basisschool zaten, vroegen ze regelmatig of ze vriendinnetjes mee naar huis mochten nemen. ‘s-Ochtends kon ik daar geen antwoord op geven omdat ik niet wist, hoe de dag zou verlopen. Ik zei tegen de kinderen dat ik ze niets wilde beloven dat ik niet waar kon maken. Zodra ik ze van school ophaalde, liet ik ze weten of het wel of niet kon. Meestal voelde ik me goed en vond ik het juist gezellig als er vriendinnetjes kwamen spelen. Soms kon het niet omdat ik me niet goed voelde. Leuk vonden ze dit niet maar ze maakten er nooit een probleem van.

Ik vind het heel moeilijk is om iets te plannen. Wanneer we bijvoorbeeld met z’n allen een dagje willen gaan shoppen, heb ik tijd nodig om me hierop voor te bereiden. In mijn hoofd lijkt het soms als of ik in een ruimte zit met allerlei mensen om me heen. Ik hoor een huilende baby, spelende kinderen, de stemmen van pubers en volwassenen enz.  In de stad is dit dubbelop omdat ik ook alles zie, hoor, ruik en voel wat van buitenaf komt.  Na zo’n dag ben ik doodmoe en heb ik een aantal dagen nodig om bij te komen. We zijn hier heel open en eerlijk over tegen Mette en Lotta. Ik vind het heel fijn dat ze hier rekening mee houden en me de tijd en ruimte geven die ik nodig heb.

Mirte&Co.

http://ikbenwijzijn.nl/index.html

2 thoughts on “Mijn eigen buitenwereld en binnenwereld

  1. Op donderdag 22 maart 2018 om, 22:25 uur
    zijn we te zien in het programma
    “Dokters vs Internet” op NPO1
    [De herhaling is op vrijdag 23 maart, 16:20 uur]

    Mirte&Co

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *